Adem
Je kunt niet leven zonder te ademen. Er gaat in ons leven geen moment voorbij dat we niet ademen, inademen en uit ademen, en dat meer dan twintigduizend maal per dag. We staan nauwelijks stil bij het ademen. Iedereen beseft wel en is er van doordrongen dat ons lichaam ophoudt te werken, als we de laatste adem uitblazen. Een kreetje bij een pasgeboren kind is mogelijk als het de eerste keer heeft geademt.
De ademhaling wordt geregeld door de hersenen en past zich automatisch aan zodra er een verandering optreedt in onze bezigheden of in onze emotie. Angstig, zelfverzekerd of opgewonden, blij of boos. De ademhaling past zich aan, wordt sneller of langzamer, dieper of oppervlakkiger.
In een snelle en moderne wereld zijn spanning en stress moeilijk te vermijden. De eerste reaktie is vaak het inhouden van de adem en het spannen van de borst. Als verkramping een gewoonte gaat worden dan kan het zo zijn dat we nog maar de helft van de longcapaciteit gebruiken zonder dat we erg in hebben. Met alle gevolgen voor onze vitaliteit, gezondheid, houding en lenigheid.
De adem kent twee grondprincipes. Bij de ene zet de onderbuik uit bij het inademen, de middenrifademhaling. Bij de andere wordt de onderbuik ingetrokken en ontstaat er verruiming van de borstkast, de paradoxale ademhaling. Beide natuurlijke manieren van ademen zijn afhankelijk van onze aktiviteit. Als je hardloopt ademen we anders dan wanneer we in een stoel zitten. Als we slapen is ons ademritme anders dan wanneer we wakker zijn.
Pranayama.
Bewust ademen geeft een gezond en plezierig gevoel. De levensenergie (prana) in de lucht en rondom ons kunnen we beheersen (yama) door de juiste ademtechniek optimaal te gebruiken. Pranayama is een onderdeel van de hatha yoga, de yoga van de ademhaling en van het fysieke lichaam.
Als iemand zegt “even een luchtje scheppen” geeft hij hiermee alleen maar te kennen dat hij de zuivere lucht van buiten gaat inademen i.p.v. de muffe bewoonde lucht in de vertrekken. Je moet de uitdrukking letterlijk opvatten, want we zouden echt lucht moeten happen, i.p.v. er tevreden mee te zijn passief adem te halen.
Ontspanning proeven.
Haal ongeveer 10x diep adem en ontspan geleidelijk je hele lichaam. Ontspan je ogen, sluit ze als je wilt en laat je mond open vallen. Laat rustig de spanning van je voorhoofd en schedel glijden. Voel langzaam elk deel van je hoofd, je neus, oren, kaken, de binnenkant van je mond, je wangen tot je hele hoofd volledig ontspannen is. Ontspan vervolgens kalm de zijkanten en de achterkant van je nek, je keel en de onderkant van je kin. Verplaats rustig je aandacht naar je schouders, borstkast, armen en handen, buik, rug, benen, voeten en tenen.
Als je ergens spanning opmerkt, geniet dan van het gevoel van spanning die wegsmelt. Proef het gevoel van ontspanning en geniet er steeds meer van tot het elk deel van je lichaam voedt.
Gewaarwordingen volgen.
Zit zo ontspannen en stil als je kunt. Word je bewust van elk gevoel, van elke gevoelsstroom die in je opkomt. Dat kan een lichamelijke gewaarwording of een emotie zijn. Die hoeft niet persé sterk te zijn; misschien is ze wel heel stil en fijn.
Stem af op je innerlijke oor. Vertrouw op het moment van je ervaring en open je ervoor.
Doe dit op je eigen manier. Er is geen juiste methode of formule voor. Merk je gevoel op, laat het dan zo lang mogelijk doorgaan.
Sta jezelf toe om komende week elk moment van de dag zo ontspannen mogelijk te zijn. Wees alert en gevoelig voor subtiele spierspanningen in elke beweging (zelfs het knipperen van je ogen).
Gevoelens uitbreiden.
Ga heel rustig zitten, adem zacht en gelijkmatig met je mond een beetje open.
Ga met je aandacht terug naar een mooie herinnering, en laat die zo werkelijk mogelijk worden. Dat kan je eerste liefde zijn of een wandeling in de natuur.
Creëer opnieuw de positieve sfeer van dat voorbije moment en maak haar wijder in het nu. Laat je lichaam warmer worden en adem wat hoger in je borstkas, trek bij inademen je buik in en laat los bij de uitademing. Totdat je een fysiek gevoel van blijdschap ervaart.
Breid dit gevoel uit door je hele lichaam en daarbuiten, zodat jij het centrum wordt van waaruit blijde gevoelens zich als rimpelingen in alle richtingen verspreiden. Neem hier ruim de tijd voor.
Trek nu langzaam dit vitale gevoel terug in je lichaam. Laat deze energie je lichaam en geest verbinden en zuiveren. Ga door met het wijd maken van je geluksgevoel en vervolgens het weer terugbrengen van dit geluksgevoel in je lichaam.
Als je dit bij het opkomen van mooie ideeën, beelden of gevoelens telkens weer doet, verscherp je je zintuiglijk gewaarzijn en -worden.
Blij ademen.
Oefen en probeer de kwaliteit van je ademhaling bewust te zijn.
Trek je mond een beetje open, en leg je tong tegen het gehemelte. Ontspan keel, buik en rug.
Adem zacht en licht door je neus en mond, zonder al te veel op het proces te letten.
Deze zachte ademhaling is heel licht en geeft toch veel energie. Laat deze zachte ademhaling je hele wezen verzachten en ontspannen.
Breng daarvoor de adem naar iedere spierspanning in je lichaam en naar ieder woord en beeld waardoor je wordt afgeleid.
Laat je adem zonder hem te beheersen, geleidelijk nog zachter en rustiger worden, totdat er een bijna smeltend gevoel ontstaat.
Laat zodra je iets voelt — misschien alsof er iets in je keel en in je lichaam stroomt — dat gevoel sterker worden.
Het kan zijn dat je je gewaarwording naar andere delen van je lichaam voelt uibreiden.


